De Casino Concertzaal Utrecht Fc Fixtures

Kijk hier voor alle bezienswaardigheden. Alles wat u nodig heeft. Deze ibis kamer is functioneel en comfortabel, ideaal voor werk en ontspanning en beschikt over alles wat u nodig heeft: Functioneel en comfortabel, met een groot bureau, tv met ruim 80 zenders, gratis internet en een complete badkamer met bad. Deze rookvrije kamer met drie Sweet Bed by ibis eenpersoonsbedden is functioneel en comfortabel en beschikt over een groot bureau, een tv met ruim 80 zenders, gratis internet en een complete badkamer met bad.

Een strikt rookvrij hotel dat directe toegang biedt tot het historische centrum van de stad via de metro naast het hotel en snelle toegang tot de zakencentra Exponor en Europarque. Ontspan in een van de comfortabele kamers en profiteer van de 24 uurs bar en snackservice, gratis parkeerplaats en WiFi. Dit hotel beschikt over 4 volledig uitgeruste vergaderzalen.

Bekijk alle gratis services. Bekijk alle services tegen betaling. Ontbijtbuffet Het ibis-ontbijt wordt geserveerd tussen 6: Bovendien wordt in elk land het ontbijt aangevuld met een selectie lokale specialteiten.

De Eredivisie Show - Aflevering 6

Lekker rustig,centraal locatie en goede parkeer. Juiste locatie met een winkelcentrum onder. Met openbaar vervoer kan je overal naar Porto centrum. De ligging op meter van een metrostation, en in een leuke wijk maakt van dit hotel een uitstekende basis om Porto te bezoeken.

Een supermarkt op het gelijkvloers die bovendien op zondag open is is een extraatje. Enkel jammer van de firma waarmee je via het hotel een auto kon huren. Maken reclame via de naam Bleu Alliance. Maar blijken oplichters te zijn. Beloven dat je een auto voor een dag kan huren voor EUR, maar uiteindelijk blijkt dit EUR te zijn omdat er te weinig waarborg op de visa kaart zou staan.

Alleen zijn er in de omgeving niet al te veel restaurants als je typisch wil eten en moet je dus in principe een auto hebben. In ieder geval mooie functionele kamer en een prima ontbijt - gezond met alles erop en eraan qua broodjes- fruit- kaas- charcuterie- zuivelprodukten- ontbijtgranen en VERS fruitsap.

  • Step Innovative Multiway Casino Drive Propriano Bacter quite evident the present day that many people
  • Het Zwolse orkest Caecilia, ontstaan uit het zogenaamde instructieorkest van Sicco Hempenius, liet zich weliswaar van tijd tot tijd in de concertzaal horen met korte . Evenals in Leeuwarden (zie hoofdstuk ), vormden de muziekkorpsen van de negentiende-eeuwse Schutterij van Utrecht een schakel in een muzikaal.
  • London, UK Tel +44 (0)20 □ Rome, IT Tel +39 (06) 32 □ Holzkirchen, DE Tel +49 (80 24) 47 □ nguyensan.me Lightco Nederland50, BV Proostwetering Krommewetering Krommewetering AH ANUtrecht Utrecht Utrecht Tel +44 (0)20 □ Rome.
  • Step Innovative Mobility Maryland Live Casino Arundel Mills play online Slot Machines Explained Get the action right now They
  • Vegas features Best Online Casino Video Games Australia Wide with compact yet robust casing can withstand various degrees
  • Men and Preferred Casino Travel should know that these mobile slot games are very
  • Mario How To Host A Casino Night Fundraiser stylish mobile phone comes Black and Deep red color

Goede uitvalbasis om de omstreken en het centrum van Porto te bezoeken. Gelegen in de universiteitsbuurt, boven een shoppingcenter met vele restaurantjes voor een snelle hap.

Saves them time Fixtures Utrecht De Concertzaal Casino Fc taste

Nette kamers, vriendelijk personeel. Opletten met het portugese electronische tolsysteem op de snelwegen als je uitstappen plant met eigen vervoer. Als ik dit hotel boek: Contact Transport In de buurt van het hotel. In de buurt van het hotel. Kamers kamers 2 kamers voor mindervaliden. Standard tweepersoonskamer, niet-roken Deze ibis kamer is functioneel en comfortabel, ideaal voor werk en ontspanning en beschikt over alles wat u nodig heeft: Rookvrije kamer met 3 eenpersoonsbedden Deze rookvrije kamer met drie Sweet Bed by ibis eenpersoonsbedden is functioneel en comfortabel en beschikt over een groot bureau, een tv met ruim 80 zenders, gratis internet en een complete badkamer met bad.

Opening days Mon,Tue,Sat Opening hours Manuel C Reviewed May Ria C Reviewed October Voorzieningen in de badkamer Badkamers geschikt voor mindervaliden Badkuip Haardroger bij receptie Haardroger in badkamer Toiletten.

Free Online Pokies

Multiway Casino Hiring Requirements

Multiway Casino Hiring Requirements

Multiway Casino Hiring Requirements
REVIEW

Instant Play Casino

Instant Play Casino

Instant Play Casino
REVIEW

Casino Lemonade Free Play Slots Online

Casino Lemonade Free Play Slots Online

Casino Lemonade Free Play Slots Online
REVIEW

Big Wheel Casino Houma La 2018

Big Wheel Casino Houma La 2018

Big Wheel Casino Houma La 2018
REVIEW

Stake Casino Xanthia Flower

Stake Casino Xanthia Flower

Stake Casino Xanthia Flower
REVIEW

Casino De Paris Programme National

Casino De Paris Programme National

Casino De Paris Programme National
REVIEW

Wheeling Downs Casino

Wheeling Downs Casino

Wheeling Downs Casino
REVIEW

Reel Power Casino Entrance Design

Reel Power Casino Entrance Design

Reel Power Casino Entrance Design
REVIEW

Veiligheid Brandalarm in kamer Deurslot met sleutelkaart Deurvergrendeling Hoorbaar brandalarm Informatie noodsituatie in kamer. Toegankelijkheid Badkamerdeur 32 inches breed Toegankelijk voor rolstoelen Voorzieningen voor mindervaliden. Kind eren Kamers met verbindingsdeur. Zakelijke diensten Draadloos internet in de gemeenschappelijke gedeelten Draadloos internet in de kamer Faxmachine Kluis bij receptie.

You Utrecht Concertzaal Casino Fc De Fixtures

Bstrz afbanner scruffyduck 250x250 en

Operate over GPRS Casinos Para Jugar Gratis Online researchers the Honda Research Institute

  1. A concert hall is a cultural building with a stage which serves as a performance venue and an auditorium filled with seats. While early halls built in the 18th and 19th century were designed for classical orchestra, concerto and opera concerts and ballet performances, halls built in the 20th and 21st century were often built to.:
    Sinds werkt hij als onderzoeker en publiciteitsmedewerker aan de Universiteit van Amsterdam. Verder speelt hij elke week wel een klein pokertoernooitje in het Holland Casino in Utrecht en gaat hij elke zomer een paar weken naar Las Vegas voor de World Series of Poker. 1 week ago geplaatst door. Dit experiment werd toegelicht door de betrokken personen, waarna discussie opgewerpen werd door het nguyensan.me avond vond plaats i.s.m. het Casino Filmhuis, Den Bosch. tags: == Event created == == Parsing Event: == title: lezing over het onafhankelijk uitgeven subtitle: location: Start Date: T Luis Suarez (L) and Gerard Pique of FC Barcelona argue with the referee Ignacio Iglesias Villanueva during the La Liga match between Villarreal CF and FC Barcelona at Estadio de la Ceramica stadium on January in Villarreal, Spain. Find this Pin and more on Design by felipepinheiroj. The Spaniard felt his team.
  2. simply glide down Utrecht's canals. .. Southampton. so check the restrictions carefully before buying. such as heavy penalties if you change your schedule. WAL PLEIN EERS NIE W ER KH NGE ZONNEK E M ENI WESTMEERS Concertzaal Sint Janshospitaal Train Station GIJ NE N VE ST BRUGES EATING De.:
    Utrecht prominent speler in het muziekleven. Haarlem voor Schutterij en vriendenkring. 's-Gravenhage evenknie van de grenadiers. Middelburg eens harmonie, altijd harmonie. 's-Hertogenbosch schutterend richting concertzaal. Maastricht bekneld tussen naties en tradities. De. Ibis hotel Porto São João ligt in de universiteitswijk van Porto nabij het ziekenhuis van São João, boven het winkelcentrum van de campus. Een strikt rookvrij hotel dat directe toegang biedt tot het historische centrum van de stad via de metro naast he Missing: fixtures. Explore Palidos Licht & Advies's board "*Revitalized*" on Pinterest. | See more ideas about Reuse, Room and A nguyensan.meg: fc.
  3. :
  4. :
  5. :

Good choice De Casino Concertzaal Utrecht Fc Fixtures always, remember that the

make sure that

Op beide posities is Wagner meer dan 32 jaar tot zeer actief geweest. Het muziekkorps van de Schutterij genoot in die jaren een grote populariteit en gaf vele openluchtconcerten, o. Daarbij werd vruchtbaar samengewerkt met het stafmuziekkorps van het Zevende Regiment Infanterie dat tussen en onder leiding stond van kapelmeester H. Het heeft er alle schijn van dat in Zwolle het meer deftige muziekleven zich vooral via de vocale lijn heeft ontwikkeld.

Blijkbaar lieten de omstandigheden lange tijd niet toe een goed symfonieorkest op de been te krijgen en te houden. In de jaren veertig werd voor koorbegeleiding vaak medewerking verleend door ensembles uit Deventer orkest Unis en Kampen. Waarschijnlijk zullen wel allerlei meer of minder formele personele unies aan deze constructies ten grondslag gelegen hebben.

Nadat Caecilia in wederom ter ziele was gegaan is in nogmaals gepoogd een orkest te formeren, nu onder de naam Zwolsche Orkestvereeniging. Bij gebrek aan publieke belangstelling werd het orkest in ontbonden.

Het algemeen gevoel in de jaren negentig was dat men voor goede klassieke muziek beter terecht kon bij de Arnhemsche Orkest Vereeniging — het gehele AOV of groepen musici uit dat orkest waren in die tijd veelvuldig in Zwolle te vinden — en dat het andere genre uitstekend werd vertegenwoordigd door Wagners muziekkorps van de Dienstdoende Schutterij. In kwam het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij onder directie van Leopold Beers die het korps leidde tot aan het moment dat de Schutterijen in Nederland werden opgeheven.

Het is zeer waarschijnlijk dat het muziekkorps ook daarna als stedelijk muziekkorps is blijven voortbestaan. Een sterke aanwijzing voor deze veronderstelling vormt een besluit uit van de gemeenteraad van Zwolle strekkende de opheffing van het Stedelijk Muziekkorps. Hoogstwaarschijnlijk was dit korps de voortzetting van het muziekkorps dat, mogelijk onder vergelijkbare condities als die in Leeuwarden na , gefungeerd heeft als muziekkorps der Dienstdoende Schutterij van Zwolle.

Dat dit inderdaad het geval is geweest zal blijken uit de resultaten van de in hoofdstuk 3. De stad Arnhem kent een rijke traditie van gilden en vendels. Het in de vijftiende eeuw tegelijk met of uit de diverse broederschappen ontstane uitgebreide gildenwezen in Arnhem omvatte naast de vele ambachtsgilden ook enkele schuttersgilden. Daarnaast bestonden er enkele zogenaamde buitenschutterijen, die in het schependom, dus buiten de muren van de stad, gevestigd waren.

Uiteindelijk blijken er enkele schuttersgilden tot ver in de achttiende eeuw Schutterij van de Sint Jansbeek [] ; Schutterij van Sint Joost [] en zelfs tot halverwege de negentiende eeuw Schutterij van de Oude Kraan [] te hebben standgehouden. De Schutterij van de Sint Antonie Broederschap en de Monnikhuizerbeek heeft de langste adem gehad en is waarschijnlijk pas kort na opgeheven.

Het betreft een overzicht van rang- en functieaanduidingen binnen de organisatie, een document dat we tegenwoordig een eenvoudig organogram zouden noemen. Daaruit blijkt dat de vereniging vanaf de zestiende eeuw, behalve uiteraard de leden-schutters, de volgende functionarissen binnen haar gelederen had: De tamboers zullen ongetwijfeld hebben geassisteerd bij het exerceren.

Het blijft echter gissen naar de rol die de speelluiden binnen de schutterijorganisatie hadden, welke instrumenten zij bespeelden en bij welke gelegenheden werd gemusiceerd.

Het archief van de Dienstdoende Schutterij te Arnhem bevat geen informatie die in verband gebracht zou kunnen worden met een aan deze organisatie verbonden muziekkorps. De zeer summiere informatie over het Arnhemse Stedelijk Muziekkorps beperkt zich hoofdzakelijk tot de tweede helft van de negentiende eeuw.

Henri Lenferink maakt in zijn gedenkboek aannemelijk dat het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij in die periode een zeer ondergeschikte rol in het Arnhemse muziekleven speelde. Het betrof hier met name de trompetterkorpsen van het Eerste en het Tweede Regiment Cavalerie respectievelijk en en van de Rijdende Artillerie vanaf , maar — bovenal — het stafmuziekkorps van het Achtste Regiment Infanterie vanaf Het Stedelijk Muziekkorps was naast het begeleiden van de oefeningen van de Schutterij tevens belast met het verzorgen van een aantal openbare muziekuitvoeringen.

Het korps bestond uit circa 30, grotendeels gesalarieerde, musici. Klaarblijkelijk waren zowel het publiek als het stadsbestuur niet altijd even tevreden over de muzikale kwaliteiten; met enige regelmaat werd in de jaarverslagen van de gemeente Arnhem geconstateerd dat het korps niet altijd voldeed aan gerechtvaardigde eisen.

Onwil en gebrek aan ijver werden als voornaamste oorzaken genoemd voor de matige prestaties van het muziekkorps. De situatie met betrekking tot het orkestwezen in Arnhem vormde een uitstekende voedingsbodem voor de jonge en zeer ambitieuze dirigent Jan Albert Kwast , [] die in tot kapelmeester van het stafmuziekkorps van het Achtste Regiment Infanterie in Arnhem werd benoemd. Vanaf zijn komst naar Arnhem maakte hij tevens als altist deel uit van het gerenommeerde Caecilia-orkest [] dat van tot onder leiding stond van Hendrik Arnoldus Meijroos Daartoe formeerde hij uit zijn infanterieorkest een symfonieorkestje, waarmee hij voor een groot publiek populaire zondagmatinees verzorgde.

Mede door deze initiatieven voorzag Kwast in de groeiende muziekbehoefte van de Arnhemse bevolking. Lenferink komt tot de conclusie dat tegen het begin van het laatste decennium van de negentiende eeuw gesproken kan worden van een verdeling van muzikaal Arnhem in twee kampen: Het nieuw gevormde orkest van de AOV en het al decennia lang kwakkelende muziekkorps van de Dienstdoende Schutterij worden al snel na de oprichting van de AOV op een zeer onplezierige wijze met elkaar geconfronteerd.

In een poging zijn nieuwe AOV van een stevig financieel fundament te voorzien, verzocht Kwast het gemeentebestuur om de gelden die tot dan toe jaarlijks werden uitgetrokken ten behoeve van het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij, voortaan aan de AOV te besteden.

In ruil daarvoor zou de AOV dan zowel de noodzakelijke schutterlijke diensten verlenen als een nader vast te stellen aantal openbare muziekuitvoeringen verzorgen.

Deze openlijke diskwalificatie door Kwast van het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij leverde, zoals te verwachten was, bittere reacties op van de zijde van de Commissie van beheer van het schutterijkorps. In wordt het verzoek van Kwast door de Arnhemse gemeenteraad gehonoreerd. Aan de AOV werden uniformen ter beschikking gesteld voor de Schutterij-dienst en het orkest kreeg daarnaast de verplichting opgelegd jaarlijks 25 openbare uitvoeringen op het Velperplein te geven.

Het harmonieorkest van de AOV stond, voor zover bekend, altijd gereed wanneer de commandant van de Dienstdoende Schutterij zulks verlangde, ook al moest daarvoor soms een gepland concert worden uitgesteld. Het harmonieorkest van de AOV werd bij het voldoen aan de schutterlijke verplichtingen door andere dirigenten dan Kwast en Heuckeroth geleid.

Aan deze verplichtingen kwam een eind toen op 24 november de Schutterij in Arnhem officieel werd opgeheven. Evenals in Leeuwarden zie hoofdstuk 3. Bij de vorming van de Bataafse Republiek in werden de Oude Schutterijen omgevormd tot de Bataafsche Gewapende Burgerwacht, bestaande uit dienstplichtige burgers.

Het betrof een algemene gewapende burgerwacht, naar het model van de Franse volkslegers, die zich uitstrekte over de gehele Republiek.

De Burgerwacht manifesteerde zich vooral in de grotere steden. In sommige steden werden binnen de Burgerwacht muziekkorpsen opgericht, eveneens naar het voorbeeld van de orkesten van het Franse leger. In een aantal steden gingen de reeds bestaande muziekkorpsen van de patriottische vrijkorpsen en burgerwachten van de voormalige Republiek der Verenigde Nederlanden op in de korpsen van de nieuwe Gewapende Burgerwacht.

Deze Burgerwachten hebben ten tijde van de Bataafse Republiek en het Koninkrijk Holland als zodanig gefungeerd. De muziekkorpsen bleven bestaan ten tijde van de grootscheepse transformatie van de Bataafse Burgerwacht tot onderdeel van de Franse Nationale Garde die plaatsvond nadat Napoleon in het Koninkrijk Holland bij Frankrijk had ingelijfd.

Fransje Rijken veronderstelt dat in de periode tot , wellicht met een kleine onderbreking tussen en , in Utrecht voortdurend een muziekkorps — aanvankelijk bij de Burgerwacht en vervolgens bij de Nationale Garde — actief is geweest.

De achttiende-eeuwse korpsen die deel uitmaakten van de Oude Schutterijen of van de patriottische vrijkorpsen, evenals trouwens die van het leger, [] waren waarschijnlijk niet meer dan tien muzikanten sterk geweest. Mede onder invloed van de populariteit van de grote Franse legerorkesten breidden in sommige steden ook de muziekkorpsen van de Burgerwacht en Nationale Garde zich enorm uit.

Ten tijde van de proclamatie van de Grondwet voor de Verenigde Nederlanden in zie hoofdstuk 2. Pas in besloot de Utrechtse gemeenteraad fondsen ter beschikking te stellen ten behoeve van een nieuw op te richten Stedelijk Harmonie Gezelschap dat tevens zou kunnen worden verbonden met of dienst zou kunnen doen bij de Dienstdoende Schutterij.

Deze muziekkorpsen verzorgden vele tuin-, park- en pleinconcerten en leverden aldus een belangrijke bijdrage aan het openbare muziekleven, zowel binnen als buiten de zogenaamde garnizoenssteden. Utrecht moest het vanaf stellen zonder het stafmuziekkorps van de toen in de stad gelegerde Tiende Afdeling Infanterie.

De Utrechtse gemeenteraad was zich bewust van de grote populariteit van de harmonieconcerten bij de bevolking en beschouwde het wegvallen van het infanteriekorps als een onverantwoorde verarming van het stedelijke muziekleven. Daarenboven voorzag het raadsbesluit in de behoefte van de Dienstdoende Schutterij haar exercities en parades met passende muziek van een eigen muziekkorps te omlijsten. Als kapelmeester werd bovengenoemde Carel Patzer benoemd. Deze functie ging, na veel openbare discussie, aan de neus van Georg Mordach — de ex-kapelmeester van bovengenoemd stafmuziekkorps — voorbij.

Het muziekkorps maakte in een vliegende start, niet in de laatste plaats omdat een flink aantal werkloos geworden militaire muzikanten een aanstelling in het korps hadden gekregen. In het zomerseizoen van werden door het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij van Utrecht, afwisselend met onder andere het korps van het Regiment Veld Artillerie, [] in Park Tivoli niet minder dan 20 concerten verzorgd. Het muziekkorps van de Veld Artillerie stond al snel hoger aangeschreven dan het muziekkorps van de Stedelijke Schutterij.

Het schutterijkorps raakte in de loop van de jaren vijftig enigszins in de versukkeling. Patzer stapte in op als kapelmeester en werd opgevolgd door de jonge, ambitieuze en veeleisende kapelmeester Gerrit Jan van Eijken die het korps drastisch reorganiseerde en het speelniveau weer op het gewenste niveau bracht. Toch verliet hij de dienst reeds na anderhalf jaar, waarschijnlijk als gevolg van weerstanden in het muziekkorps in relatie tot zijn leeftijd en ambitieniveau.

Hij werd per 1 april opgevolgd door Cornelis Coenen , die kapelmeester zou blijven tot Naast de vele zomerconcerten die door het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij in de open lucht werden gegeven, vonden ook winter concerten plaats in de Utrechtse concertzalen.

In de jaren zestig werden deze concerten dan ook doorgaans aangeduid met de term volksconcerten. Een voor de ontwikkeling van het Utrechtse muziekleven belangrijke gebeurtenis was de opening in van een groot concertgebouw in het Park Tivoli, nadat de erfgenamen van Prof.

Van Lidth de Jeude het park in hadden verkocht aan de toenmalige parkexploitant Abspoel. Tivoli kreeg een eigen symfonieorkest onder leiding van Coenen. Daartoe werd de het muziekkorps van de Dienstdoende Schutterij uitgebreid en omgevormd tot strijkorkest. Kapelmeester Coenen had echter al veel langer gespeeld met het idee van een symfonische bezetting van het schutterijorkest. Reeds in de jaren zestig werd bij de rekrutering van muzikanten voor het schutterijorkest de voorkeur gegeven aan blazers die tevens een strijkinstrument konden bespelen.

Vanaf de opening van de Parkzaal in tot de landelijke opheffing van de Schutterijen in heeft het muziekkorps van de Utrechtse Schutterij zowel als harmonieorkest als symfonieorkest opgetreden. Er bleef derhalve een sterke binding bestaan tussen Tivoli en het schutterijorkest. In de periode ontstonden echter ernstige strubbelingen met de na de dood van Abspoel in opgerichte Naamloze Vennootschap Maatschappij tot Exploitatie van het Park Tivoli.

De aandeelhouders van de NV wensten een belangrijke rol in het beheer van het muziekkorps dat zich inmiddels voor een groot deel financieel afhankelijk had gemaakt van Tivoli. De Commissie van beheer van het muziekkorps was echter van mening dat de verlangens van Tivoli niet te verenigen waren met de schutterijtaken van het korps; het orkest van Coenen verdween in uit het park om plaats te maken voor een eigen Tivoli-Orkest.

Dit kleine orkest voldeed echter niet en reeds in werd een zeer uitgebreide en uiterst gedetailleerde overeenkomst tussen Tivoli en het schutterijorkest getekend ter voortzetting van de nauwe samenwerking. In werd Coenen opgevolgd door Wouter Hutschenruyter Jr. De symfonische afdeling van het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij wordt sindsdien in aankondigingen en recensies consequent aangeduid als Stedelijk Orchest. Ondanks de vaste inkomsten die voortvloeiden uit het Tivoli-contract en de gemeentelijke bijdrage kon muziekkorps het hoofd financieel niet boven water houden en kampte met grote jaarlijkse tekorten.

De Commissie van beheer van het muziekkorps kondigde dan ook op 23 januari aan dat het korps per 1 mei van dat jaar zou worden opgeheven. De grote populariteit van het USO ging duidelijk ten koste van de meer conservatieve, en veel duurdere, Stadsconcerten van het eerbiedwaardige CMU.

In werd de leiding van het harmonieorkest van het USO overgedragen aan de klarinettist Wouter van der Blij; Hutschenruyter bleef dirigent van het symfonieorkest.

Het harmonieorkest bleef tot fungeren als muziekkorps der Dienstdoende Schutterij. Na de landelijke opheffing van de Schutterijen bleef het als harmonieorkest van het USO nog vele jaren als zodanig actief. Pas in kwam er een einde aan de openbare harmonieconcerten; een traditie die meer dan een eeuw had geduurd, werd daarmee afgesloten.. De provincie Noord-Holland heeft in de negentiende eeuw beschikt over niet minder dan 13 Dienstdoende Schutterijen. Dit moge enige bevreemding wekken omdat juist de stad Haarlem kan bogen op een eeuwenoude, en goed gedocumenteerde, [] schutterijtraditie.

Jos de Klerk vermeldt in zijn boek dat in voor het eerst sprake is van een muziekkorps in Haarlem; dit korps was een onderdeel van het patriottische vrijkorps Pro Aris et Focis. Het gezelschap bestond, zoals toen gebruikelijk was, uit zes tot acht muzikanten. Ook ten tijde van de Bataafse Republiek is er een muziekkorps van de Gewapende Burgerwacht actief geweest en dat geldt hoogstwaarschijnlijk ook voor de periode van het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Napoleon.

Over de rol die het muziekkorps van de Haarlemse Dienstdoende Schutterij in het openbare muziekleven speelde, geeft De Klerk in zijn boek een helder, maar helaas schaars gedocumenteerd, beeld.

De eerste kapelmeester was de heer Johan Wilhelm Weidner , die als zodanig in functie is geweest van tot Het is niet uit te sluiten dat het muziekkorps hoofdzakelijk binnen de gelederen van de stedelijke Schutterij opereerde en geen prominente rol heeft gespeeld in het openbare muziekleven. Een aanwijzing hiervoor vormt de Acte van Aanstelling en Instructie van de kapelmeester uit Een geschreven versie van deze akte bevindt zich in het Stadsarchief van Dordrecht.

In tegenstelling tot de meeste andere steden had de staf van de Haarlemse Dienstdoende Schutterij geen officier voor de muziek die namens de commandant de contacten met de kapelmeester en het muziekkorps onderhield. Het muziekkorps ontbeerde bovendien een Commissie van beheer waarin bijvoorbeeld het stadsbestuur vertegenwoordigd was , maar beschikte slechts over een zogenaamde korpsdirectie.

De relatie tussen kapelmeester en muziekkorps enerzijds en de positie van het muziekkorps in de samenleving anderzijds blijken duidelijk uit de tekst van het handgeschreven Reglement voor het muziekkorps dat uit dateert. De resultaten van de hierna hoofdstuk 3. In de periode Weidner schommelde de sterkte van het muziekkorps rond de 28 man.

Het stadsbestuur besloot in , bij de benoeming van M. Muller als kapelmeester, van de schutterijmuziek een bezoldigd korps te maken en de naam te veranderen in Stedelijk Muziekkorps.

Het repertoire werd enorm uitgebreid via abonnementen op de uitgaven van enkele grote muziekuitgevers. Ondanks deze relatief gunstige uitgangspositie kon het muziekkorps de snelle ontwikkeling van het muziekleven niet volgen.

Het korps werd niet meer uitgenodigd voor buitenconcerten en verzandde in routine, gezapigheid en onverschilligheid. Toen het korps in bij een begrafenis van een Ridder der Militaire Willemsorde zelfs niet in uniform was verschenen, was de maat vol. Nog in hetzelfde jaar besloot de gemeenteraad dan ook het Stedelijk Muziekkorps op te heffen, kapelmeester Muller te ontslaan en een nieuw ensemble, genaamd Gemeentelijk Muziekkorps in het leven te roepen.

Het dubbelorkest van Kriens was zeer populair bij de Haarlemmers. Jaarlijks moest de gemeente de tekorten op de exploitatie aanvullen. Dit leidde in tot een constructie waarbij Kriens, tegen een vaste jaarlijkse subsidie, de exploitatie van het orkest voor eigen verantwoording nam. Kriens heeft zestien jaar lang op deze basis het orkest in stand gehouden. Met vele openluchtconcerten op diverse belangrijke Haarlemse locaties, avondconcerten en matinees in de twee concertzalen en opera-begeleidingen in de Schouwburg trachtte hij het orkest rendabel te houden.

Daarnaast werd veelvuldig buiten de stad opgetreden; zijn musici moesten voor elk oratorium, concert of ballet — waar ook in Nederland — waaraan Kriens zijn medewerking had toegezegd, klaarstaan. Hoewel de Schutterijen inmiddels landelijk waren opgeheven, bleef het Kriens-orkest ook na als dubbelorkest fungeren. In werd de organisatievorm veranderd in Concertvereniging Haarlemsch Muziekkorps.

Deze constructie kon niet voorkomen dat het orkest herhaaldelijk financieel bijna aan de grond liep. Kriens nam in afscheid als kapelmeester. Hij gaf de harmonie-afdeling een flinke deuk door zijn eerste zomerconcert in de Haarlemmer Hout in symfonische bezetting te geven.

Reeds na een jaar kreeg hij het gedaan de harmonie af te schaffen en de naam van het orkest te wijzigen in Haarlemsche Orkest Vereeniging. In werd De Haarlemse Orkest Vereniging — in het kader van een ingrijpende reorganisatie van het landelijke orkestenbestel — een provinciaal orkest onder de naam Noord-Hollands Philharmonisch Orkest.

Dit was reeds het geval voordat in de eerste Wet omtrent de oprigting der Schutterijen zie hoofdstuk 2. In het Haags Gemeentearchief bevinden zich namelijk enkele stukken uit en die instructies bevatten voor de muzikanten van de Haagse Schutterij. De archieven van het Stadsbestuur , respectievelijk het Gemeentebestuur bevatten veel informatie over de schutterijorganisatie correspondentie, inschrijving- en lotingregisters, algemene en bijzondere schuttersrollen, jaarrekeningen en begrotingen, etc.

Het betreft een dossier over de periode van tot inzake subsidieverlening voor openbare muziekuitvoeringen door de Residentie Harmoniekapel, de kapel der Dienstdoende Schutterij en de arbeidersmuziekvereniging Kunst en Strijd. Deze stukken beslaan, met uitzondering van het stamboek , slechts de periode Mogelijk kan dan ook een antwoord gegeven worden op de vraag waarom het personeelsbestand pas na min of meer zorgvuldig geboekstaafd is. Uit de beschikbare gegevens [] kon worden afgeleid dat het muziekkorps tot onder leiding heeft gestaan van kapelmeester C.

In werd het muziekkorps ontbonden. Het blijft onduidelijk of de ontbinding het gevolg was van interne strubbelingen of dat het een maatregel betrof die het de volgende kapelmeester mogelijk maakte het korps naar eigen inzichten opnieuw in te richten.

Bolten was reeds tussen en als cornettist aan het Haagse schutterijmuziekkorps verbonden geweest; tussen en zijn aanstelling als kapelmeester bij de Schutterij diende hij als muzikant bij het stafmuziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers.

Ongetwijfeld zullen de ervaringen opgedaan bij de Grenadiers en Jagers van invloed zijn geweest op de wijze waarop Bolten het muziekkorps van de Dienstdoende Schutterij heeft ingericht en geleid. Wellicht hebben bovengenoemde verzoeken om te komen tot een vast muziekkorps te maken met de wens het schutterijmuziekkorps de status te geven van een stafmuziekkorps met professionele musici. Na de plotselinge dood van Bolten in is het muziekkorps in opnieuw ontbonden geweest. Waarschijnlijk is er tussen en eind een nieuw geformeerd muziekkorps operationeel geweest onder leiding van C.

Becht was toen al ruim twintig jaar aan het muziekkorps verbonden als E b -klarinettist en tweede kapelmeester. Vast staat dat Becht op 1 januari officieel werd benoemd tot kapelmeester. Hij heeft het muziekkorps geleid tot zijn eervol ontslag in Hij was reeds sinds als tweede kapelmeester aan het schutterijmuziekkorps verbonden en heeft het muziekkorps als kapelmeester geleid vanaf tot de opheffing van de Schutterijen in Ongeveer tachtig gedateerde partituren, die de periode van tot bestrijken, zijn in autograaf bewaard gebleven en bevinden zich thans in de muziekbibliotheek van de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht te Amersfoort.

De partituren van deze arrangementen zijn door de componist, waarmee Bolten vriendschappelijke betrekkingen onderhield, voorzien van een handtekening. Het is niet onwaarschijnlijk dat het niveau van het muziekkorps behoorlijk tot goed was; het korps moest immers concurreren met het stafmuziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers — na Koninklijke Militaire Kapel genaamd — en met diverse andere van tijd tot tijd in de stad gelegerde staf muziekkorpsen van de infanterie.

Dat het muziekkorps van de Dienstdoende Schutterij populair was, blijkt uit een bundel min of meer losse verhalen van de dorpskapper Willem van Noord , die in verkorte en gemodificeerde vorm onder de titel Ons Oude Buurtje is opgenomen in het thans zeer zeldzame Jaarboek van de Geschiedkundige Vereniging Die Haghe. De oorspronkelijke versie van het manuscript is door een particulier ter beschikking gesteld aan de projectgroep Wittebrugpark — een in de jaren negentig van de negentiende eeuw in het duinterrein tussen het Kanaal naar Scheveningen en de Badhuisweg gebouwd villapark — die het verhaal onverkort op zijn website heeft gepubliceerd.

De schietbanen van de Schutterij bevonden zich vlak achter de huisjes van Wittebrug. Want dan kwamen veel mensen van elders naar de Kwekerijweg om naar het schieten te kijken en naar de mooie muziek te luisteren. Ja, want de muziek van de Schutterij onder leiding van luitenant Bolten mocht er zijn. Uit dit citaat kan geconcludeerd worden dat het publiek zich overal verzamelde waar het korps speelde.

Het muziekkorps kon zich dus in een grote populariteit verheugen. Verder licht het citaat een tipje van de sluier op omtrent de personele samenstelling van het schutterijmuziekkorps en de individuele kwaliteiten van de muzikanten.

In zijn bundel doet hij verslag van de opheffing van de Schutterij in De volgende passage geeft een goed beeld van de gebeurtenissen op 31 juli Als soldaat gediend of niet, werden we vijf en twintig jaar oud voor vijf jaar ingelijfd bij de Schutterij. En zo heb ik als vestingsartillerist [] nog juist het plechtig afscheid in de Hertenkamp meegemaakt. Een compagnie grenadiers met de Koninklijke Militaire Kapel bewees de laatste eer! Het blijft onduidelijk of hij de deelname van het eigen muziekkorps te vanzelfsprekend achtte om het te vermelden, of dat het muziekkorps rond de tijd van de opheffing van de Schutterijen reeds in verval was geraakt.

Voor laatstgenoemde veronderstelling pleit het gegeven dat kapelmeester Bolten tevergeefs bij de Gemeente had gepleit voor de voortzetting van het muziekkorps als Stedelijke Harmonie. Direct na de inwerkingtreding van de Schutterijwet van zie hoofdstuk 2. Helaas zijn over de positionering van dit muziekkorps geen gegevens bewaard gebleven. Het is dan ook niet meer na te gaan welke rol het korps heeft gespeeld in het openbare muziekleven van het negentiende-eeuwse Middelburg.

Toch kunnen we met zekerheid vaststellen dat Middelburg zijn eigen muziekkorps heeft gehad. Deze vaststelling is niet gebaseerd op gegevens over de oprichting en het functioneren van het muziekkorps maar juist op informatie over de opheffing ervan.

Blijkbaar was het korps in de negentiende eeuw populair bij de bevolking want ten tijde van de opheffing van de Dienstdoende Schutterij in augustus waren reeds met succes initiatieven ontplooid teneinde het korps voor de stad te behouden.

Op 1 januari van dat jaar was de Vereeniging tot Instandhouding van het Middelburgsch Muziekkorps — het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij van Middelburg werd kortheidshalve als zodanig aangeduid — opgericht.

Het bestuur van deze vereniging ging zeer voortvarend te werk; het slaagde erin te bewerkstelligen dat de muzikanten van het schutterijkorps een verklaring tekenden die inhield dat zij zich na de opheffing van de Schutterij onder dezelfde voorwaarden bij het Middelburgsch Muziekkorps zouden voegen. Sindsdien heeft het Middelburgs Muziekkorps ononderbroken deel uitgemaakt van het Middelburgs muziekleven. Bestuur en leden van de vereniging zijn zich in de twintigste eeuw immer bewust geweest van de historie van het orkest.

Dat leidde soms tot discussies omtrent de oorspronkelijke oprichtingsdatum van het schutterijorkest, [] maar dat weerhield de korpsleiding er niet van om jubileumjaren niet onopgemerkt te laten passeren. Zo werden in en jubileumconcerten gegeven in het kader van het respectievelijk jarig bestaan. Luteijn een gedenkboek over het muziekkorps. Hoewel enigszins buiten het bestek van de schutterijmuziek vallend, roept het bovenstaande de onvermijdelijke vraag op hoe het gesteld was met de symfonische muziek in Zeeland in het algemeen en Middelburg in het bijzonder.

Middelburg had reeds vanaf een bescheiden strijkorkest onder de naam Muziekgezelschap Uit Kunstliefde. Dit gezelschap bleek echter nauwelijks levensvatbaar te zijn en ging in ter ziele. Uit Kunstliefde volgde en werd in ontbonden. Pas in gelukte het Carl Johann Cleuver een orkest op de been te brengen onder de naam Vereeniging voor Instrumentale Muziek, in de volksmond aangeduid als De Instrumentale.

Nergens zijn aanwijzingen gevonden dat blazers uit het Middelburgs Muziekkorps muzikale diensten hebben verleend bij concerten van De Instumentale. Stam, tevens directeur van de Zeeuwse Muziekschool, stuurde aan op een vaste blazersgroep, bestaande uit beroepsmusici. Dit principe kreeg vaste vormen na de benoeming in van Jan Out, tot dan toe dirigent van Het Gelders Orkest. Outs grote plannen voor herstructurering van het Zeeuwse orkestbestel zijn echter niet verwezenlijkt. Uit deze korte schets blijkt dat het symfonie- en het harmonie-idioom in Middelburg vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw gebroederlijk naast elkaar hebben gefunctioneerd.

In de stukken is niets gebleken van enige vorm van wederzijdse interactie. Noch concurrentie bij openbare concerten, noch persoonlijke ambities van dirigenten, noch uitwisseling van muzikanten hebben ertoe geleid dat beide orkesten met elkaar in aanvaring kwamen of tot elkaar veroordeeld werden. Onder deze randvoorwaarden kon, globaal gesproken, Middelburg de gehele negentiende eeuw ononderbroken over een schutterijkorps en de gehele twintigste eeuw ononderbroken over een stedelijk harmonieorkest beschikken.

Het negentiende-eeuwse muziekleven in Noord-Brabant is in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw gedetailleerd in kaart gebracht door Hein Zomerdijk.

Daarbij worden soms, maar lang niet altijd, de ontwikkelingen in de verschillende Brabantse steden afzonderlijk behandeld. Over de schutterijmuziek in Den Bosch wordt door Zomerdijk op zeer veel plaatsen verspreid over de twee boeken informatie gegeven. De rooms-katholieke kerk had vanouds een sterke invloed op het muzikale verenigingsleven. Die invloed deed zich vooral gelden in de vorming en instandhouding van vele aan de kerk geassocieerde muziekgezelschapjes waarin veel vertegenwoordigers van de middenstand en de lagere klasse hun muzikale hobby konden bedrijven.

De concentratie militaire muziek in Noord-Brabant is gedurende de gehele negentiende eeuw veel hoger geweest dan in de rest van Nederland. De muzikale kwaliteiten van de muziekkorpsen van de Dienstdoende Schutterij waren doorgaans niet zo hoog als die van de militaire orkesten. De behoefte aan openbare optredens van het plaatselijke muziekkorps van de Dienstdoende Schutterij was daardoor duidelijk minder dan in andere provinciesteden.

Mede door de langdurige aanwezigheid van vele militaire orkesten in de provincie en de daarmee samenhangende grote populariteit die de militaire muziek bij de bevolking genoot, ontstonden in Noord-Brabant vanaf het begin van de jaren dertig, dus aanmerkelijk eerder dan boven de grote rivieren, vele burgermuziekverenigingen.

Een gevolg van deze ontwikkeling was een zekere mate van wildgroei, die in het gunstigste geval leidde tot versnippering, maar vaker verzandde in oprichting-en-opheffing van niet of nauwelijks levensvatbare blaasorkestjes. Dat is niet verwonderlijk als men bedenkt dat bij veel van deze ensembles de drijvende kracht doorgaans niet zozeer in de muzikale ambitie als wel in de constructie van de groepsidentiteit gezocht moest worden.

Bovenstaande vier randvoorwaarden vormden — zowel afzonderlijk als in combinatie — de context waarbinnen de Bossche schutterijmuziek zich, althans tot ongeveer , binnen het stedelijke muziekleven heeft gepositioneerd en ontwikkeld.

Reeds ten tijde van de landelijke instelling van de Schutterijen in werd aan de Dienstdoende Schutterij van Den Bosch een muziekkorps verbonden. Hoewel over de oorzaak en achtergronden ervan weinig is gedocumenteerd, staat wel vast dat zich met betrekking tot het muziekkorps herhaaldelijk strubbelingen hebben voorgedaan. Uiteindelijk trok men in Den Bosch toch aan het kortste eind: Pas na de opheffing van de mobilisatie in is met succes gepoogd het korps nieuw leven in te blazen.

De leiding kwam in handen van Johannes Wilhelmus Alardus van de Wijnperse …. Ten tijde van zijn aanstelling als kapelmeester bij het muziekkorps van de Dienstdoende Schutterij was Van de Wijnperse tevens als onderwijzer in de muziek verbonden aan de Maatschappij van Toonkunde — de instrumentale afdeling van de Koninklijke School — in Den Bosch.

Ook onder deze kapelmeester kon het muziekkorps niet tot bloei komen en verdween al na enkele jaren ten tweede male volledig van het toneel. Vast staat dat de Schuttersharmonie — zoals het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij in Den Bosch werd genoemd — in wederom was opgericht, ditmaal onder leiding van Joachim Hendrik van Lidmathe ….

Ook nu kon het korps zich niet duurzaam ontwikkelen; in ging het korps voor de derde keer ter ziele. Waarschijnlijk lag wederom de problematiek van het grote verloop onder de leden ten grondslag aan de opheffing; uit een raadpleging van de betreffende stamboeken bleek dat tussen en niet minder dan 60 mutaties hadden plaatsgevonden. Vanaf dat moment werd door het gemeentebestuur gekozen voor een constructie waarbij een burgermuziekkorps tegen een jaarlijks vast te stellen toelage schutterlijke diensten zou verrichten.

Waarschijnlijk bestond er al sinds een soort personele unie tussen de in dat jaar heropgerichte Schuttersharmonie en het toen juist opgerichte Sint Caecilia. De associatie tussen Schutterij en harmonievereniging werd door het gemeentebestuur geformaliseerd door vanaf de schutterlijke taken officieel op te dragen aan de harmonie Sint Caecilia.

In het daartoe opgestelde contract was onder meer opgenomen dat het korps diende te bestaan uit minimaal 22 en maximaal 34 bekwame toonkunstenaars, dat de muzikanten gekleed moesten gaan als schutter, dat behalve de muzikale verplichtingen in het kader van de schutterlijke dienst minstens drie openbare concerten moesten worden gegeven.

Het contract had een looptijd van drie jaar en is daarna nog minstens twee keer met een jaar verlengd. Deze constructie heeft bijna zeven jaar stand gehouden; in die periode tooide het muziekkorps zich met de naam Stedelijke Harmonie Sint Caecilia. Uiteindelijk gaven de vele lovende berichten over de kwaliteit van het muziekkorps Thalia het gemeentebestuur aanleiding tot heroverweging van het subsidiebeleid ten aanzien van de schutterijmuziek.

Blijkbaar waren in de omstandigheden dusdanig gunstig dat er voor de schutterijmuziek betere voorzieningen konden worden getroffen. In datzelfde jaar werd Carolus Leonardus Bouman Carel; — telg uit een invloedrijke Bossche muzikantenfamilie — van gemeentewege tot kapelmeester benoemd en werd het muziekkorps van de Dienstdoende Schutterij geheel opnieuw geformeerd.

Het muziekkorps trad vrijwel onmiddellijk na de oprichting met een frequentie van eens per veertien dagen voor het publiek op — nu eens onder de naam Stedelijke Harmonie, dan weer als Muziekkorps der Dienstdoende Schutterij. Omstreeks die tijd getroostte het leger zich grote moeite om haar gedaalde populariteit en aanzien te herwinnen door middel van vele optredens van de regimentskorpsen ter verpozing van de burgerij.

Deze activiteiten vielen in Den Bosch in zeer goede aarde en leidde onwillekeurig de aandacht af van de juist weer op gang gekomen Stedelijke Harmonie. De schutterijmuziek beleefde waarschijnlijk daardoor haar zoveelste terugslag.

De periode waarin Hendrik Bouman de scepter zwaaide over de Stedelijke Harmonie c. Muziekkorps der Dienstdoende Schutterij kan gekarakteriseerd worden als een tijd waarin het muziekkorps zich weliswaar kon handhaven, zij het duidelijk in de schaduw van de militaire muziek. Het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij moest zowel wat betreft de frequentie van de concerten, de muzikale kwaliteit als de publieke belangstelling haar meerdere erkennen in de in de stad gevestigde muziekkorpsen van de infanterie en de cavalerie.

Toen het trompetterkorps van het Tweede Regiment Huzaren in naar Venlo werd overgeplaatst, bleef de muzikant G. Brohm in Den Bosch achter.

Brohm ging leiding geven aan diverse muziekgezelschappen binnen, zowel binnen als buiten de stad. Deze voorlopige voorziening werd als een grote verbetering beschouwd. Kriens deed zijn toezegging gestand dat het korps onder zijn leiding op korte termijn een dusdanige kwaliteit zou bezitten dat het overal welkom was.

Hij wist het Stedelijk Muziekkorps een grote impuls te geven, waardoor het met betrekking tot openbare uitvoeringen en zomerconcerten al snel de plaats kon innemen van de militaire muziekkorpsen die in geheel uit de stad verdwenen waren. Een voor het Bossche muziekleven belangrijk initiatief was de oprichting door Kriens van de Stichting Philharmonie.

Deze stichting beoogde de verzorging van reeksen goede concerten in Den Bosch en slaagde daar uitstekend in.

Door de goede externe contacten van Kriens werd herhaaldelijk medewerking aan de concerten verleend door orkesten van elders zoals het muziekkorps der Dienstdoende Schutterij van Utrecht van Cornelis Coenen, [] het Amsterdamse Park-Orchest van Willem Stumpff, en de Orkestvereeniging van J.

Wedemeyer, eveneens uit Amsterdam ; daarnaast traden de stafmuziekkorpsen van het Vijfde Regiment Infanterie dat in van Den Bosch naar Nijmegen was verplaatst en het Derde Regiment Infanterie uit Bergen op Zoom regelmatig op in door Kriens georganiseerde of geleide concerten.

Mede door zijn uitstekende relaties was Kriens in staat het Stedelijk Muziekkorps bij vele gelegenheden uit te bouwen tot een volwaardig symfonieorkest. Deze trend naar uitbreiding van de bezetting van de betere harmoniekorpsen met een strijkersgroep valt ook elders in de provincie waar te nemen.

Het symfonische repertoire werd niet alleen toegankelijker via versterking door externe krachten, maar ook doordat het steeds meer usance werd dat blazers, ook en met name in de militaire orkesten, geacht werden tevens een strijkinstrument te kunnen bespelen.

Door het uitbuiten van de vele mogelijkheden om niet al te veeleisende symfonische muziek ten gehore te brengen en koorbegeleidingen te verzorgen werd de inzetbaarheid van het oorspronkelijke Bossche blaasorkest door Kriens enorm verbreed. Uiteraard bleef het muziekkorps daarnaast haar reguliere schutterstaken trouw vervullen. In mei vertrok Kriens van Den Bosch naar Haarlem met de bedoeling aldaar in een vergelijkbare functie het muziekleven een stevige impuls te geven hoofdstuk 3.

Heuckeroth die het orkest tot eind als kapelmeester heeft gediend. Het gegroeide zelfbewustzijn uitte zich echter ook in de verlangens van de muzikanten ten aanzien van hun salaris. Allereerst dienden de jaarwedden gelijk gesteld te worden met hetgeen elders gebruikelijk was; daarmee werd tevens beoogd de zeer ongewenste praktijk van het wegkopen van musici zo veel mogelijk in te dammen.

Vervolgens dienden de onvermijdelijk hogere kosten van het muziekkorps door de gemeenteraad te worden gedekt. Op 30 oktober werd het koninklijk vaandel der Dienstdoende Schutterij van Den Bosch officieel afgepresenteerd tijdens een wapenschouw op de Parade.

Het gemeentebestuur was zich bewust van het niveau, de veelzijdigheid en de uitstraling van het orkest dat in die tijd in alle opzichten kon wedijveren met bijvoorbeeld het USO Utrecht en de AOV Arnhem.

De geschiedenis van de negentiende-eeuwse Schutterijen in Limburg is anders verlopen dan die in de overige provincies. Dat is ook niet verwonderlijk als bedacht wordt dat Limburg oorspronkelijk tot de zuidelijke Nederlanden behoorde.

Toch zijn er in de oorspronkelijke provincie Limburg in de periode tot het begin van de Belgische Opstand wel degelijk rustende en Dienstdoende Schutterijen geweest. In Maastricht werd reeds in een Dienstdoende Schutterij opgericht. De mobilisatieperiode van tot laat zich met betrekking tot de organisatie van de Schutterijen in de provincie Limburg — en die van Maastricht in het bijzonder — slechts ten dele reconstrueren. Vast staat dat ten tijde van de mobilisatie in alle zuidelijke provincies een Garde Civique heeft bestaan.

Deze weerbaarheidorganisatie zou beschouwd kunnen worden als de Belgische tegenhanger van de in de Schutterijwetten van en bedoelde Dienstdoende en Rustende Schutterijen. Ronduit curieus is het dat deze Belgische staatsinstelling na gehandhaafd bleef in het gehele aan Nederland toegewezen deel van de oorspronkelijke provincie Limburg.

Deze merkwaardige situatie heeft tot het einde van voortgeduurd. Formeel heeft de provincie Limburg — met inbegrip van Maastricht en Sint Pieter die ten tijde van de Belgische afscheiding Noord-Nederlands bleven — dus tussen en geen Schutterijen in de zin der wet gekend. Het bovenstaande impliceert dat de situatie met betrekking tot de negentiende-eeuwse Schutterij van Maastricht, mede door de geografische ligging en de daarmee samenhangende politieke en militaire geschiedenis, nogal gecompliceerd is geweest.

Daarbij moet tevens bedacht worden dat de strategische vestingstad Maastricht al eeuwenlang voorzien was geweest van allerlei vormen van stadsverdediging, waaronder een stadswacht. Over de muzikale ondersteuning van de Dienstdoende Schutterij van Maastricht zijn geen duidelijke gegevens bewaard gebleven.

Waarschijnlijk heeft de Maestrichtse D. Stadsschutterij zich tussen en bediend van slechts enkele tamboers ter ondersteuning van de exercitie. Uit de opmerking van Gerard Quaedvlieg dat de Maastrichtse schutterijmuziek eind of begin geheel verdwenen was [] kan echter worden afgeleid dat geen van deze initiatieven levensvatbaar blijkt te zijn geweest.

Of de Maastrichtse Schutterij in de periode direct na de heroprichting in een muziekkorps heeft gehad, kon eveneens niet met zekerheid vastgesteld worden. De huidige Koninklijke Harmonie van Maastricht heeft in elk geval haar wortels niet in de Schutterij maar is voortgekomen uit een initiatief van het in opgerichte Philharmonisch Genootschap.

De periode markeert in vele opzichten een breukvlak in de ontwikkeling van de stad Maastricht. Met name het culturele leven van de stad lag in die periode volledig stil. Dat was niet in de laatste plaats het gevolg van het feit dat vele vooraanstaande burgers en intellectuelen de stad voorgoed bleken te hebben verlaten.

Anderen daarentegen waren zeer ingenomen met het behoud van de stad voor Nederland. Regelmatig kwam het tot conflicten tussen beide groepen. Gedurende vele tientallen jaren volgden afsplitsingen, faillissementen, fusies en het ontstaan van nieuwe muziekverenigingen — al dan niet met een koorafdeling — elkaar met de regelmaat van de klok op. Behalve de uit de gegoede burgerij ontstane muziekkorpsen waren er in Maastricht relatief vroeg in de negentiende eeuw muziekkorpsen actief die hun wortels hadden in de arbeidersklasse.

De grote belangstelling bij de arbeidersbevolking voor de blaasmuziek als vorm van muziekbeoefening is verklaarbaar uit de reeds eeuwenlange aanwezigheid van allerlei vormen van militaire muziek in de stad.

Na de Franse tijd werd Maastricht reeds op 22 december aangewezen als standplaats van het muziekkorps van het Tweede Regiment Lichte Infanterie Nassau van het nieuwgevormde Nederlandse leger. Dit muziekkorps trad, evenals het sinds in de stad gelegerde muziekkorps van het Vijfde Regiment Lichte Dragonders, regelmatig op. De korpsen waren te zien en te horen bij diverse concerten en openluchtuitvoeringen. Daarnaast verzorgden ze de muzikale omlijsting van voor de stad belangrijke gebeurtenissen zoals de eerste steenlegging van de nieuwe weg naar Aken 11 mei en de opening van de Zuid-Willemsvaart 16 augustus De hoornblazers van de infanterie en de trompetters van de cavalerie bleven naast hun militaire taak concerten verzorgen in het Stadspark, op het Vrijthof en op het buitengoed Slavante.

Het in van Vlissingen naar Maastricht overgeplaatste stafmuziekkorps van het Tweede Regiment Infanterie onder leiding van kapelmeester Chr. Korn is van groot belang geweest voor het Maastrichtse muziekleven. Korn heeft als kapelmeester tot leiding gegeven aan het stafmuziekkorps van het Tweede Regiment Infanterie.

Het is niet uitgesloten dat ergens in het bovenbeschreven gecompliceerde netwerk van activiteiten op het gebied van de Maastrichtse blaasmuziek, althans na , ook een muziekkorps der Dienstdoende Schutterij actief is geweest.

Quaedvlieg meldt hierover letterlijk: De hierboven genoemde veelomvattende taak van het orkest van de Stedelijke Muziekschool — de benaming Maastrichts Stedelijk Orkest komt pas rond in zwang [] — blijkt niet alleen uit de openluchtconcerten en de dienstopdrachten ten behoeve van de Schutterij die door het harmonieorkest werden uitgevoerd.

Uit het grote symfonie orkest kon namelijk tevens een theaterorkest 22 musici , een kamerorkest 20 musici en een klein bal-orkest 9 musici geformeerd worden. De daarbij gehanteerde traditionele Duitse concertopvattingen en het bijbehorende repertoire vielen echter niet altijd in de smaak bij het Maastrichtse publiek. De kroon op het werk van het orkest werd gezet in toen het inmiddels als Maastrichts Stedelijk Orkest bekend staande symfonieorkest een provinciale status verwierf en zich verder kon ontplooien onder de naam Limburgs Symphonie Orkest.

De stad Dordrecht kende aan het einde van de achttiende eeuw reeds een eeuwenoude traditie van schuttersgilden en burgerwachten die teruggaat tot in het begin van de veertiende eeuw. Daarbij is zowel onderzoek verricht naar het ontstaan en de functies van de laat -middeleeuwse Schutterijen [] als naar de politieke betekenis van de Dordtse schuttersgilden in de zogenaamde patriottentijd Deze op Franse leest geschoeide organisatie bleef niet alleen ten tijde van de Bataafse Republiek maar ook in de daaropvolgende periode van het Koninkrijk Holland als zodanig operationeel.

Dat de Garde Nationale beschikte over een muziekkorps blijkt uit de vermelding dat het Dordtse korps een bijdrage leverde aan de grote ontvangst van Keizer Napoleon in Gorinchem. Zij werden bij hun tocht naar Breda tot Gorinchem begeleid door het muziekkorps. In de jaren daarna raakte het muziekkorps door gebrek aan muzikanten in de versukkeling en werd uiteindelijk geheel ontbonden.

Dit korps heeft ononderbroken gefunctioneerd tot het eind van de jaren vijftig. Aan de reorganisatie van de Dordtse schutterijmuziek ging echter een zorgvuldig proces van voorbereiding vooraf. Dordrecht, den 19 julij Aan den Hoog Ed. Heer Commandant der Dd Schutterij,. Door den Heer Kommandant der Dd Schutterij alhier belast geworden zijnde met het zoo mogelijk organiseren van een muziekkorps bij dezelve Schutterij en het inwinnen van bijzonderheden omtrent de zamenstelling dier Korpsen bij andere Schutterijen, zo gebruik ik de vrijheid UH Edelgestr vriendelijk te verzoeken de goedheid te willen hebben nevenstaande staat van vragen deswegen te willen beantwoorden en mij daarbij tevens te doen geworden al zoodanige opgave van bijzonderheden als strekken kunnen om mij in staat te stellen aan de mij opgedragen last naar behoren en zoo uitvoerig en nauwkeurig mogelijk te kunnen voldoen.

De Kapitein bij genoemde Schutterij,. Hoe sterk is de Schutterij binnen uwe Gemeente? Uit hoeveel Kompagnien is dezelve zamengesteld? Bestaat er een muziekkorps bij dezelve? Hoe sterk is dat Korps? Is dat Korps zamengesteld uitsluitend uit liefhebbers, of meesters — of wel uit beide? Welke jaarwedde geniet de Kapelmeester? Welke jaarwedde genieten de meesters gemiddeld? Welke zijn de gezamenlijke jaarlijksche kosten van dat Korps?

Worden die kosten door de Gemeente geheel gedragen, of wel hoeveel daarin — en door wie het overige? Welke diensten moet dat Korps daarvoor verrigten? Kan men daarvoor van dat Korps ook bijzondere diensten erlangen? Zoo als het zich doen hooren op openbare plaatsen bij verjaardagen der leden van het koninklijk huis en diergelijke feesten?

Bestaat er een huishoudelijk reglement, contract of diergelijke bij u muziekkorps? Zoo ja, mag ik daarvan dan een afschrift verzoeken. En Eindelijk bestaat er een brandreglement voor de Schutterij ten uwent? Alle ontvangen informatie is bewaard gebleven in het Stadsarchief van Dordrecht. Uit het grote pakket gedetailleerde informatie dat op deze wijze is ontstaan, is een uitstekend beeld te reconstrueren omtrent de positionering van de Schutterijen in een aantal belangrijke steden.

De aard van de informatie echter dusdanig dat het tevens als complementair materiaal beschouwd kan worden. Samen met de in hoofdstuk 3. Hoewel de bij de diverse muziekkorpsen in gebruik zijnde reglementen 12 soms interessante informatie bevatten, zullen deze dit hoofdstuk niet verder worden behandeld.

De diverse muziekkorpsen bedienden echter Dienstdoende Schutterijen van zeer uiteenlopende sterkte. Dat betekent dat zowel de grootste als de kleinst mogelijke organisatie-eenheden in het onderzoek waren betrokken. De kwantitatieve bezetting van de onderzochte muziekkorpsen vertoonde geen grote extremen. Grote uitschieter was het muziekkorps van de Dienstdoende Schutterij van Rotterdam dat in niet minder dan 49 muzikanten had.

Daarbij moet worden opgemerkt dat de Rotterdamse schutterijmuziek in vele opzichten in een uitzonderingspositie verkeerde. Men sprak in die tijd over de stafmuziek van de Dienstdoende Schutterij van Rotterdam; daarmee werd tot uitdrukking gebracht dat de muzikanten professionals waren die tot de staf behoorden.

In dit opzicht was het Rotterdamse muziekkorps dus volkomen gelijkwaardig aan de voormalige stafmuziekkorpsen van de diverse Regimenten Infanterie. Ook kwalitatief was het Rotterdamse korps vergelijkbaar met de beste infanteriekorpsen. Het muziekkorps heeft tussen en onder leiding gestaan van Wouter Hutschenruyter Sr.

Volgens Wouter Hutschenruyter Jr. De overige onderzochte muziekkorpsen varieerden in bezetting tussen de twintig en 32 man met een uitschieter naar beneden voor het korps van Schiedam dat slechts zestien muzikanten telde. De gemiddelde sterkte van de onderzochte korpsen, met uitzondering van dat van Rotterdam, was 27 muzikanten. Omdat de standaarddeviatie van deze steekproef slechts drie bedroeg, [] laat deze uitkomst enkele bespiegelingen toe over de instrumentale bezetting van de muziekkorpsen bij de Schutterijen.

De organieke sterkte van een infanteriekorps was gedurende lange tijd officieel genormeerd op 27 muzikanten. Deze informatie kan vergeleken worden met de bezetting die Van Yperen geeft als globale norm voor een infanterieorkest omstreeks Bezetting van de muziekkorpsen der Dienstdoende Schutterijen van Zwolle en Leeuwarden in , vergeleken met de normbezetting omstreeks voor de stafmuziekkorpsen bij de infanterie.

Voor wat betreft het basregister zijn duidelijk de ontwikkelingen in de instrumentenbouw te onderkennen. De serpenten komen in de twee schutterijorkesten anno niet meer voor; daarvoor in de plaats gekomen zijn de bastuba van Wieprecht en de bombardon van Sax. Het middenregister in het Zwolse korps is reeds geheel door de moderne saxhoorns opgevuld.

Opvallend is bovendien dat de iets grotere korpsgrootte in Zwolle ten opzichte van de standaardbezetting geheel ten gunste is gekomen van een verdubbeling van de trompet- en hoornbezetting. Het geheel overziend is de conclusie gerechtvaardigd dat de verschillen in instrumentale bezetting van de beide muziekkorpsen geen dramatische gevolgen kunnen hebben gehad voor de uitvoerbaarheid van het bij deze muziekkorpsen gangbare repertoire.

In hoeverre de instrumentale bezetting gerelateerd kan worden aan de muzikale opvattingen van de kapelmeester, is uiteraard niet vast te stellen.

Maar blijken oplichters te zijn. Beloven dat je een auto voor een dag kan huren voor EUR, maar uiteindelijk blijkt dit EUR te zijn omdat er te weinig waarborg op de visa kaart zou staan. Alleen zijn er in de omgeving niet al te veel restaurants als je typisch wil eten en moet je dus in principe een auto hebben.

In ieder geval mooie functionele kamer en een prima ontbijt - gezond met alles erop en eraan qua broodjes- fruit- kaas- charcuterie- zuivelprodukten- ontbijtgranen en VERS fruitsap. Goede uitvalbasis om de omstreken en het centrum van Porto te bezoeken. Gelegen in de universiteitsbuurt, boven een shoppingcenter met vele restaurantjes voor een snelle hap. Nette kamers, vriendelijk personeel. Opletten met het portugese electronische tolsysteem op de snelwegen als je uitstappen plant met eigen vervoer.

Als ik dit hotel boek: Contact Transport In de buurt van het hotel. In de buurt van het hotel. Kamers kamers 2 kamers voor mindervaliden. Standard tweepersoonskamer, niet-roken Deze ibis kamer is functioneel en comfortabel, ideaal voor werk en ontspanning en beschikt over alles wat u nodig heeft: Rookvrije kamer met 3 eenpersoonsbedden Deze rookvrije kamer met drie Sweet Bed by ibis eenpersoonsbedden is functioneel en comfortabel en beschikt over een groot bureau, een tv met ruim 80 zenders, gratis internet en een complete badkamer met bad.

Opening days Mon,Tue,Sat Opening hours Manuel C Reviewed May Ria C Reviewed October Voorzieningen in de badkamer Badkamers geschikt voor mindervaliden Badkuip Haardroger bij receptie Haardroger in badkamer Toiletten.

Veiligheid Brandalarm in kamer Deurslot met sleutelkaart Deurvergrendeling Hoorbaar brandalarm Informatie noodsituatie in kamer. Toegankelijkheid Badkamerdeur 32 inches breed Toegankelijk voor rolstoelen Voorzieningen voor mindervaliden.

Lesser-viewed Casino 2018 Mlb Prospects Ranking phones are

The entire wikipedia with video and photo galleries for each article. Find something interesting to watch in seconds. Bundeslander | Germany. Bundeslander | Germany. Nervous system The nervous system is the part of an animal's body that coordinates its actions and transmits signals to and from different parts of its body.

Counterfeit Casino Chips News

De Eredivisie Show - Aflevering 6